De Japanse games-industrie ligt níet op zijn gat

De Japanse popcultuur kennen we van onder andere de muziek en games. Wie zich een beetje bezighoudt met videogames, weet het inmiddels wel: de Japanse games-industrie zou zoekende zijn, Japanse developers zouden proberen krampachtig aan te klampen bij het westen en daardoor gedrocht na gedrocht produceren. Alhoewel dat voor sommige (grote) series zeker geldt, zijn er toch ook nog genoeg krenten uit de pap te vissen. Niet zelden zijn dat games van ontwikkelaars die niet voelen voor de ruk naar het westen, maar hun eigen, beproefde en met name Japanse koers blijven varen. In deze blog een korte beschouwing van het Japanse gameslandschap, en – geheel in de stijl van Ervaar Japan – dé plek waar je voor goede Japanse games moet zijn.

Decennialang konden westerse ontwikkelaars niet tippen aan Japanse spellen, maar sinds in de loop van de jaren ’00 graphics realistischer en games filmischer werden, zijn de rollen omgedraaid. Ik zal me niet wagen aan het hoe en waarom – daarover zijn boeken volgeschreven – maar zeker is dat veel Japanse games anders zijn dan vroeger. In de drang niet achterop te raken bij de westerse industrie wat betreft grafische kwaliteit, zijn sommige studio’s gameplay volledig uit het oog verloren. Eén treffend voorbeeld is de Final Fantasy-serie, die qua grafische pracht nauwelijks een gelijke kent, maar voor liefhebbers van het eerste uur in niets meer aan de vroegere glorie doet denken.

Sommige studio’s zien een oplossing in het uitbesteden van populaire series aan westerse ontwikkelaars. Onbegrijpelijk, want de ene westerse ontwikkelaars is natuurlijk de andere niet. Neem Castlevania: uitgever Konami koos ervoor de onder liefhebbers immens populaire serie uit te besteden aan een onbekende Spaanse ontwikkelaar, die de serie vervolgens binnen twee delen naar zijn grootje heeft geholpen.

Gelukkig zijn er ook nog genoeg spellenmakers die onder de oppervlakte blijven doen waar ze goed in zijn.  Liefhebbers raken niet uitgepraat over de aanhoudende kwaliteit van series als Fire Emblem, Shin Megami Tensei, en Etrian Odyssey. Deze series vernieuwen, maar drijven nimmer te ver af van de oorspronkelijke formule die ze populair maakte. Een gebrek aan marketingbudget zorgt ervoor dat het game-journaille er weinig aandacht aan besteedt, maar zeker is dat het veel te ver gaat om de Japanse industrie failliet te verklaren.

Wie hongert naar vroeger tijden, toen het begon en eindigde bij Japanse games, doet er goed aan een kijkje te nemen in de Akihabara, in de Japanse hoofdstad Tokyo. Deze wijknaam zal menig gamer bekend in de oren klinken, want het is waarlijk het walhalla voor wie van videospellen houdt: in Akihabara is het straat na straat alleen maar games, stripboeken en tekenfilms. Maar hoewel elke winkel er goed gesorteerd is, kan niemand tippen aan de Super Potato.

Het is, net als de hierboven beschreven pareltjes, een winkel die het puur van mond-op-mond reclame moet hebben: niets verraadt verder dat in het grauwe appartencomplex aan de rand van Akihabara de beste gamewinkel ter wereld is gevestigd. Want games die overal ter wereld als zeldzaam worden beschouwd, liggen hier meters hoog opgestapeld. Consoles die al decennia niet meer worden geproduceerd, liggen er ongebruikt en in het plastic te wachten op hun eerste eigenaar. Het is werkelijk om stil van te worden. Verplicht bezoeken als je in Tokyo bent!

Geef een reactie