Imamiya Jinja

Wat is het verschil tussen tempels en schrijnen?

Op deze pagina

Is dit nu een schrijn of een tempel? Die vraag stellen veel buitenlandse reizigers in Japan zich. Wat is het verschil tussen de twee en hoe moet je je gedragen? Laten we beginnen met het verschil tussen beiden.

De twee belangrijkste godsdiensten in Japan zijn het Boeddhisme en het Shintoïsme. Het Boeddhisme komt uit India en is via China in Japan terechtgekomen. Het Shintoïsme is een inheemse Japanse godsdienst. Beide religies bestaan naast elkaar en zijn verweven met de samenleving, waardoor de meeste Japanners zich zowel Boeddhist als Shintoïst noemen.

Dat twee godsdiensten naast elkaar bestaan en bovendien combineerbaar zijn is voor ons westerlingen moeilijk te begrijpen. Misschien wordt het idee iets duidelijker als je weet wat de rollen van beide religies zijn. Globaal genomen focust het Shintoïsme op het leven en het Boeddhisme op de dood. Zo zijn ceremonies rond geboortes en huwelijken Shinto en de ceremonie rond het overlijden Boeddhistisch. Je zou het ook anders kunnen omschrijven. Het Shintoïsme focust op veel praktische alledaagse zaken zoals respect voor de mensen en dingen om je heen en het Boeddhisme is meer spiritualiteit.

In het Boeddhisme zijn er een (groot) aantal spirituele godheden die bij naam aangehaald worden terwijl in het Shintoïsme eigenlijk het idee is dat er in alles een God (zonder naam) zit. Het idee daarachter is eigenlijk dat je met respect met je omgeving om moet gaan. Beide religies concurreren dus niet maar vullen elkaar eigenlijk aan.

Ooit waren de twee feitelijk zo in elkaar verweven dat je niet van twee religies kon spreken. Een groeiend gevoel van nationalisme tijdens de Edoperiode zorgde uiteindelijk voor een wettelijk vastgelegde splitsing tussen het “geïmporteerde” Boeddhisme en het inheemse Shintoïsme. Ondanks de officiële splitsing zijn beide godsdiensten integraal onderdeel van de Japanse cultuur en worden dus nog steeds door de meeste Japanners aangehangen.

Bij twee godsdiensten horen natuurlijk ook twee soorten religieuze gebouwen: bij het Boeddhisme is dat een tempel, bij het Shintoïsme is dat een schrijn (op deze site omschrijven we de schrijn ook vaak simpelweg als heiligdom). Bij de twee godsdiensten horen natuurlijk ook andere gebruiken, wat dus ook wil zeggen dat je je anders gedraagt in de verschillende gebouwen. Dat maakt het soms wel moeilijk voor toeristen, want voor leken zien de twee gebouwen er vrijwel hetzelfde uit.

De tempel

De tempel is dus het religieuze gebouw van het Boeddhisme. Die godsdienst komt oorspronkelijk uit India en is via China overgewaaid naar Japan. Japanners gaan hier vooral heen voor begrafenissen en om te bidden tot hun voorouders.

Een tempelcomplex ga je binnen door een grote poort waar er meestal aan de weerszijden standbeelden van demonen staan. De belangrijkste gebouwen zijn de centrale hal, waarin zich een beeld van boeddha bevindt, en de pagode. De pagode heeft meestal vijf verdiepingen die elk de elementen van het Boeddhistische universum voorstellen: de onderste verdieping staat voor aarde, daarop volgen water, vuur, wind en lucht. Een ander veel voorkomend element is de bonshou of klok. De bel slaat 108 keer op oudjaar en moet de 108 zonden van de mens verdrijven.

De tempel

Voor je de centrale hal betreedt reinig je je handen en mond in de temizuya, een paviljoen met een waterkom en pollepels. Je wast er eerst de linkerhand, dan de rechterhand, de mond (je spoelt je mond en spuwt het water dan weer uit) en als laatste het handvat van de pollepel. In de centrale hal bid je meestal voor het beeld van Boeddha. Dat doe je door eerst geld te gooien in de daartoe bestemde bak. Daarna bid je met je handen tegen elkaar. Je kan ook wierook kopen die je dan in de centrale hal opbrandt.

De schrijn

Shintoïsme wordt beoefend in een schrijn. Deze godsdienst is de inheemse religie van Japan die gebaseerd is op de angst en het ontzag voor demonen en bovennatuurlijke krachten. Hier vinden vooral trouwpartijen plaats. Japanners komen er ook om te bidden voor geluk in het leven of succes op het werk.

Dit type gebouw is vooral herkenbaar aan de torii of ingangspoorten. Ze zijn meestal rood en eenvoudiger dan de poorten van tempels. De schikking van de gebouwen is ook minder gestructureerd. Daarnaast zijn de daken anders: een tempel heeft meestal dakpannen, terwijl een schrijn meestal een dak heeft van laagjes boomschors.

De schrijn

Het religieuze proces hier loopt ook net even anders. Je reinigt er wel eerst je handen en mond in de temizuya. Daarna ga je naar het hoofdgebouw, honden of shinden, waar je geld gooit in de rode doos aan de ingang en dan kan je de bel luiden aan de ingang. Bij het bidden buig je twee keer, dan klap je tweemaal in de handen, je doet je gebed en je eindigt met een enkele buiging. Bij een tempel daarentegen klap je niet in je handen.