Een bijzonder kijkje in de wereld van de samoerai

Japan is een bijzonder land met een bijzondere geschiedenis. Denk je aan Japan, dan denk je wellicht aan vriendelijke, behulpzame, vredelievende mensen die hun eigen belang wegcijferen voor dat van de groep. En hoewel het groepsbelang al eeuwenlang diep geworteld zit in de Japanse cultuur, is het met dat vredelievende gedeelte wel eens anders geweest. Het ultieme voorbeeld: de samoerai!

Laten we wel wezen, een vredelievend volk dat op een eiland woont afgezonderd van de buitenwereld heeft geen krijgers nodig toch? Tenzij… tenzij het niet allemaal pais en vree is op het eiland. In het Japan uit de geschiedenisboeken werd regelmatig oorlog gevoerd tussen rivaliserende leenheren. Aan dit onderlinge gekibbel kwam in 1603 een eind toen Ieyasu Tokugawa als militaire leider de macht overnam van de keizer.

Het bleek geen eenvoudige klus om een land vol leenheren met ego’s groter dan het land dat ze bezaten onder controle te houden. Onderlinge oorlogen werden door Tokugawa verbannen en om leenheren te motiveren zich daaraan te houden bedacht hij een slim plan. Iedere leenheer moest afwisselend een jaar op het eigen domein en aan het hof van Tokugawa in de hoofdstad Edo doorbrengen. De naaste familie van de leenheer woonde permanent aan het hof in de hoofdstad. Het constante reizen was enorm kostbaar waardoor leenheren nauwelijks middelen overhielden om met de buren te vechten. Bovendien was als een leenheer het thuis op zijn heupen kreeg de naaste familie zo dicht bij de militaire leiders dat hij zich wel drie keer bedacht. Dit systeem, sankin-kotai genaamd, bleek bijzonder effectief.

De vele reisbewegingen tussen de provincies en de hoofdstad waren niet eenvoudig, maar er werd snel infrastructuur voor aangelegd. Binnen een paar jaar na het begin van de Edoperiode verbond een uitgebreid netwerk van wegen alle uithoeken van Japan. En langs deze “samoerai snelwegen” werden om de paar kilometer rustplaatsen aangelegd. Vrijwel alle reizen werden te voet gemaakt. Bij de rustplaatsen konden reizigers eten, drinken en overnachten.

Vijf van deze routes begonnen bij Nipponbashi, de belangrijkste brug in de hoofdstad. Deze hoofdroutes hadden verbindingen met regionale routes in de provincies. De hoofdroutes waren:

  • Tokaido, de route tussen Edo en Kyoto langs de kust en belangrijkste van de vijf. Langs de Tokaido lagen 53 rustplaatsen.
  • Nakasendo, de tweede route tussen Edo en Kyoto volgde een tracé meer landinwaarts. De Nakasendo had 69 rustplaatsen.
  • Koshu Kaido, een kortere route tussen Edo en de Kai Provincie, ongeveer halverwege de Nakasendo. De 44 rustplaatsen langs deze route lagen relatief dicht bij elkaar vanwege de moeilijkheidsgraad.
  • Oshu Kaido, tussen Edo en de Mutsu Provincie (tegenwoordig Fukushima) met 27 rustplaatsen. Het noordelijke gedeelte van de route sloot aan op regionale routes verder naar het noorden.
  • Nikko Kaido, deze route liep van Edo naar Nikko en had 21 rustplaatsen onderweg.

Van de routes uit de Edoperiode is nauwelijks meer wat over, maar er is genoeg bewaard gebleven om je toch een beetje voor te kunnen stellen hoe het er in die tijd aan toe ging. In de Kiso Vallei zijn een paar rustplaatsen redelijk goed bewaard gebleven en er is zelfs een stukje van de Nakasendo-route wat nog steeds te bewandelen is. Ook Ouchi-juku ten zuiden van Aizu-Wakamatsu is een goed bewaard voorbeeld van hoe een rustplaats er destijds uitgezien heeft.

Rustplaatsen langs de samoerai snelweg


Ouchi-juku, een van de plekken waar de samoerai overnachtten tijdens hun reizen door Japan.

Ouchi-juku

Een van de beste voorbeelden van een rustplaats lang de oude “samoerai snelweg” is Ouchi-juku. De hele nederzetting is nog in originele stijl en alle moderne blikvervuilers, zoals elektriciteitskabels, zijn ondergronds weggewerkt. De hoofdstraat en direct aangrenzende straten zijn onverhard en de gebouwen hebben strodaken in de kenmerkende bouwstijl van de regio.

De belangrijkste herberg in Ouchi-juku, de plek waar hoogwaardigheidsbekleders overnachtten op hun reis naar Edo of onderweg terug naar hun eigen domein, is een museum en geeft een goed beeld van hoe het leven er destijds aan toe ging.

Van alle oude rustplaatsen is dit de beste plek om je in de tijd van de samoerai te wanen.

Magome

Magome-juku

Een andere prachtige juku, het oud-Japanse woord voor een rustplaats op de “samoerai snelweg”, is Magome. Deze rustplaats lag in de Kiso Vallei aan de Nakasendo, de binnenlandse route tussen Edo en Kyoto. Na de Tokaido route was de Nakasendo het drukst.

Magome is weliswaar niet meer helemaal in originele stijl met geplaveide wegen, maar de sfeer die er hangt is nog steeds die van het traditionele Japan. Het is ook vandaag de dag nog een populaire plek voor reizigers op doortocht om te overnachten in een typisch Japanse accommodatie. Veel van de huizen in het dorp doen dienst als ryokan of minshuku.

Als je je echt in de schoenen van een samoerai wilt verplaatsen, loop dan eens over een origineel stukje van de Nakasendo. De Magome-Tsumago Trail voert langs ongeveer 8 kilometer van de oorspronkelijke route en eindigt in Tsumago-juku.

Tsumago-juku

Tsumago-juku

De volgende stop op de Nakasendo na Magome is dus Tsumago-juku. Ook deze nederzetting is bijzonder goed bewaard gebleven en is populair onder toeristen. Waar elders in Japan electriciteits- en telefoonkabels doorgaans bovengrond lopen, zijn die ook hier netje ondergronds weggewerkt om de authentieke sfeer te waarborgen. Auto’s zijn bovendien niet welkom in het dorp.

Om een goed beeld te krijgen van het leven van een reiziger, neem een kijkje in de Honjin, de belangrijkste herberg van Tsumago-juku. Nobelen verbleven hier tijdens hun reis. De lagere klassen mochten overnachten in de Wakihonjin, de annex van de Honjin, die ook nu nog te bezoeken is.

Ook in Tsumago-juku kun je in een traditionele accommodatie overnachten om jezelf echt helemaal onder te dompelen in het leven van een samoerai.

Narai-juku

Narai-juku

De rustplaats Narai-juku lag precies halverwege de Nakasendo en was de grootste van alle rustplaatsen in de Kiso Vallei. Al snel kreeg het de bijnaam “Dorp van duizend huizen”, iets wat je meteen begrijpt als je het dorp binnenkomt.

In tegenstelling tot de andere juku hierboven is de belangrijkste herberg van Narai-juku niet bewaard gebleven. Ook zijn de wegen in het dorp geasfalteerd en moet je die als voetganger delen met gemotoriseerd verkeer. Desalniettemin neemt ook Narai-juku je mee terug in de tijd met al die oude huizen waar je langs loopt. Sommigen zijn bovendien te bezichtigen.