Nikko reisgids

De stad Nikko ligt ongeveer 140 kilometer ten noorden van Tokyo in de prefectuur Tochigi, een van de 47 prefecturen van Japan. Nikko is een populaire bestemming onder zowel internationale als Japanse toeristen.

De mausolea van shogun Tokugawa Ieyasu en zijn kleinzoon Iemitsu in Tosho-gu zijn populaire bezienswaardigheden. Ook de Futarasan Jinja is zeker de moeite waard. In de bergen ten westen van de stad liggen spectaculaire wandelpaden langs adembenemende watervallen en prachtige uitzichten. Nikko wordt door de Japanners gezien als een van de mooiste plekjes van hun land.

Naast toeristen bezoeken in de winter ook de apen uit de omliggende bergen de stad. In het besneeuwde landschap is eten schaars maar in de stad is altijd wel wat te vinden.

Te zien in Nikko

Futarasan Jinja

Het Shinto-heiligdom Futarasan Jinja ligt naast Tosho-gu in de stad Nikko. Bij de buren ligt het Mausoleum van Tokugawa Ieyasu, grondlegger van het Tokugawa-shogunaat en vereniger van het feodale Japan. Tosho-gu is dan ook een en al pracht en praal. Futarasan Jinja is in vergelijking veel soberder maar heeft wel een veel uitgebreidere geschiedenis. Het heiligdom staat hier namelijk al sinds 782.

Het heiligdom is opgedragen aan de godheden van de drie meest heilige bergen van Nikko: Mt. Nantai, Mt. Nyoho en Mt. Taro. De meest heilige van deze drie is Mt. Nantai en een alternatieve naam voor Mt. Nantai is Futara-san.

Toegang tot de tuinen rond Futarasan Jinja is gratis en voor slechts een klein gedeelte van het complex is betaling vereist. De officiele toegang tot het heiligdom is de Shinkyo Brug, op 1 kilometer afstand van het hoofdgebouw.

Rinno-ji

Gelegen in het tempeldistrict van Nikko, Rinno-ji is de belangrijkste Boeddhistische tempel van de stad. De tempel is in de 8e eeuw gesticht door Shodo Shonin, de monnik die het Boeddhisme naar Nikko bracht. De tempel is opgedragen aan drie godheden: de Amida Boeddha, de Senju-Kannon met de duizend armen en de Bato-Kannon met het paardenhoofd. Deze drie godheden zijn de Boeddhistische manifestatie van de drie bergen van Nikko die ook in het Shinto heiligdom Futarasan Jinja geëerd worden.

De kleine Japanse tuin Shoyo-en naast Rinno-ji is een populaire plek om het schouwspel van de verkleurende herfstbladeren te aanschouwen.

Taiyuinbyo

Het complex van Taiyuinbyo ligt naast Tosho-gu, en dat is geen toeval. Tosho-gu is het mausoleum van Tokugawa Ieyasu, Taiyuinbyo is het mausoleum van zijn kleinzoon Tokugawa Iemitsu. Het ontwerp van het complex lijkt erg op dat van Tosho-gu, maar het is met opzet iets ingetogener. Iemitsu had veel respect voor zijn grootvader en kon dus moeilijk een mausoleum bouwen dat hem zou overtreffen.

Overigens als je eerst Taiyuinbyo dan valt dat ingetogenere niet op want ook deze tempel is rijkelijk gedecoreerd met bladgoud, iets wat vrij ongebruikelijk is voor Japanse tempels.

Voor de Meiji-restauratie was het gebruikelijk dat Boeddhistische en Shintoistische symbolen door elkaar gebruiken werden in tempels en heiligdommen. Toen de Meiji-periode aanbrak in 1868 werden de twee religies uit elkaar gehaald. Uitzondering waren de Tokugawa mausolea van Tosho-gu en Taiyuinbyo. De symboliek werd hier in tact gelaten. Wel krijgen beide gebouwen een duidelijke religieuze aanwijzing. Opvallend is dat Tosho-gu een Shinto altaar werd maar dan Taiyuinbyo onder de Boeddhistische Rinno-ji tempel kwam te vallen.

Tosho-gu

Het Shinto-heiligdom Tosho-gu in Nikko is de laatste rustplaats van Tokugawa Ieyasu, grondlegger van het Tokugawa-shogunaat. In eerste instantie van het mausoleum relatief klein en ingetogen, maar in de 17de eeuw werd het grondig uitgebreid door Tokugawa Iemitsu, Ieyasu’s kleinzoon, tot het uitbundige complex wat er nu staat. Iemitsu bouwde naast Tosho-gu ook Taiyuinbyo, zijn eigen mausoleum. Een groot gedeelte van Tosho-gu is bedekt met bladgoud en uitbundige versieringen. Dit is vrij uniek in Japan, waar traditionele bouwwerken vaak uitblinken in hun soberheid.

Het complex bestaat uit meer dan tien gebouwen verspreid over een bebost gebied. Tosho-gu is een van de weinige heiligdommen in Japan waar zowel Shinto- als Boedhistische symbolen door elkaar gebruikt worden. Dit was gebruikelijk op veel meer plaatsen maar sinds de Meiji-restauratie zijn de twee religies bewust veel meer van elkaar gescheiden.

In tegenstelling tot Futarasan Jinja, 200 meter verderop, moet hier voor het hele complex toegang betaald worden.